FMV - Oudstrijdersstraat 9 | 2140 Borgerhout (Antw) | T: 03 204 10 10 | secretariaat@fmv-vzw.be

 
 

Mijn oma

Mijn oma

Gepost in Migratieverhalen

 

 

 Haven van Tanger

Vorig jaar, 2014, werd er in België 50 jaar Marokkaanse migratie gevierd. Het was 50 jaar geleden dat de eerste arbeiders België binnenstroomden om te werken, hard te werken. In heel het land werden er activiteiten georganiseerd door verenigingen en instellingen allemaal vanuit hun eigen perspectief. Migrant betekent letterlijk: iemand die naar een andere streek of land verhuist. Juist daarom vind ik het zo spijtig dat er maar weinig Belgen zich afvragen of hun voorouders wel geen migranten waren. En hoe dat proces verliep. Hun migratiegeschiedenis verschilt maar weinig van de Marokkaanse, Turkse, Spaanse, Italiaanse,...Allemaal zijn ze verhuist omdat ze droomden van een beter leven. De armoede in Vlaanderen maakte dat ze naar Wallonie verhuisden, economische migratie. Net zoals de Marokkaanse migranten jaren later kregen zij destijds ook de smerigste jobs en woonden ze in uitgeleefde huizen.
Zelf wist ik niet zo goed wat ik van heel de viering moest denken, want na 50 jaar is er nog steeds sprake van discriminatie van mensen met andere roots op allerlei vlakken binnen de samenleving. Sommigen voelen zich tweederangsburger, maar worden spijtig genoeg ook nog te vaak zo behandeld. Dus of dit het waard was om te vieren...
Maar dankzij mijn werk heb ik veel verhalen gehoord over hoe het eraan toe ging 50 jaar geleden. Ik heb zelfs het geluk gehad om mannen te ontmoeten die hier toen stonden met enkel een reiskoffer in hun hand. Al die verhalen, al die interviews hebben mij doen nadenken, nadenken over mijn eigen leven hier en mijn familiegeschiedenis. Wat mij opviel is dat het voornamelijk mannen waren die hun verhaal deden over hoe het was om hier aan te komen, te leven en hun kinderen te zien opgroeien.


Ik heb het geluk gehad om op te groeien met grootouders in mijn leven, maar zoals met alles in dit leven blijft niets eeuwig en ondertussen zijn ze allemaal heengegaan. De ouders van mijn vader leefden in Marokko, maar kwamen regelmatig naar België om hun zonen en kleinkinderen te zien. Mijn oma, de mama van mijn mama, is een paar jaar geleden overleden (Allah y rehma, God hebbe haar ziel). Bij het zien van al die verhalen en interviews moest ik de hele tijd aan haar denken en hoe enorm spijtig ik het vond dat haar verhaal niet verteld kon worden. Ik moest een manier vinden om haar verhaal de wijde wereld in te sturen, de mensen moeten weten wat voor een geweldige en sterke vrouw ze was.
Via mijn moeder en tantes kreeg ik het verhaal te horen van mijn oma en opa. Dat verhaal wil ik nu op mijn beurt doorgeven. Niet alleen aan mijn kinderen, maar aan alle kinderen van de vierde en volgende generaties, opdat ze het verhaal van hun overgrootouders zouden kennen en er terecht fier op zouden zijn!
Om het verhaal van mijn oma te moeten kunnen vertellen, zal ik ook eerst een stukje over haar man moeten vertellen, mijn opa.
Mijn opa woonde in het Noorden van Marokko, in Tanger. Op een hete zomermiddag kreeg hij een Belgische folder in handen: 'Vivre et travailler en Belgique', van het ministerie van Arbeid. Mijn opa was analfabeet, dus een vriend van hem las hem een stukje voor uit de folder:


'Travailleurs,
Soyez les bienvenus en Belgique!... Nous, Belges, sommes heureux que vous veniez apporter à notre pays le concours de vos forces et de votre intélligence... La Belgique est un pays où le travail est bien rémunéré, où le confort est élevé, surtout pour ceux qui vivent en famille... Nous vous conseillons d'emporter en Belgique tout ce que vous avez comme vetemens chauds...Pour les enfants, emmenez leurs trousseaux, layettes et meme les vetements devenus trop petits. Vous vous féliciterez s'il ya une nouvelle naissance à votre foyer... Si vous possédez quelques objets utiles tells que poste de radio à transistors, n'hésitez pas à le prendre avec vous.'


Bron: Universiteitsbibliotheek KUL

 


Volgens de folder kregen gastarbeiders de raad om zoveel mogelijk spulletjes mee te pakken. Zelfs kleren voor de kinderen en voor baby's voor het geval er een nieuwe baby zou bijkomen tijdens hun verblijf in Belgie. Van een terugkeer was er in de folder geen sprake. Na dit gehoord te hebben besloot mijn opa om de oversteek te wagen. In Tanger had hij een kleine garage die hij verhuurde, die verkocht hij. Met een deel van de opbrengst kocht hij een paar warme truien, sokken en een ticket naar Belgie. De rest was voor mijn oma. Voor hij naar Belgie kon reizen moest hij eerst een medisch onderzoek ondergaan, daarna kon hij het schip op om de oversteek te maken naar Spanje. Hij is alleen vertrokken, mijn oma en de kinderen zouden later overkomen, wanneer hij gesetteld zou zijn. Hij besloot dat hij hard zou werken, sparen, een huis in Marokko bouwen voor zijn familie om dan met z'n allen terug te keren.
In 1964 is mijn opa bij de spoorwegen beginnen werken, later ging hij in Hoboken werken, bij Metallurgie. Hij heeft een jaar lang in Belgie gewerkt voor hij mijn oma en hun twee kinderen ( mijn tante en oom) liet overkomen. Tijdens dat jaar was zij alleen achter gebleven met twee kleine kinderen en moest ze haar plan leren trekken. Af en toe stuurde mijn opa dan eens een brief om te laten weten hoe het met hem ging. Mijn oma, die net als mijn opa analfabeet is, liet de brief elke keer opnieuw voorlezen. Ze was dan ook enorm blij toen hij liet weten dat hij hun ging komen halen, maar tegelijkertijd ook angstig. Hoe zou hun nieuw leven samen er gaan uitzien?
Ik heb mijn oma enkel met een hoofddoek en lange djellaba gekend, een echte Hadja, maar wanneer ik foto's bekijk van hoe ze gekleed was toen ze in Belgie was aangekomen dan is ze haast onherkenbaar. Op foto's zie ik dat mijn oma een modieuze dame was: haar opgestoken, mooi blousje, kort rokje, zo ook haar kinderen.

 

Éénmaal in Borgerhout aangekomen trokken ze in een zielig gemeubileerd appartementje. De nachten waren ijskoud aangezien er geen verwarming was in dat appartementje. Mijn oma kon het niet aanzien hoe haar kinderen kou leden, dus na wat denkwerk kwam ze met een ingenieus idee. Elke avond nam ze een grote pot, liet die vollopen met water en zette die vervolgens op het gasvuur. De waterdamp die ontstond hield hun warm tijdens de koude nachten. De eerste ochtend nadat mijn oma met haar eigen verwarmingsideetje kwam schrok ze zich rot. Door de waterdamp en de kou had er zich op de binnenkant van de ruit een dikke ijslaag gevormd en aan het plafond bengelden dikke ijspegels waarvan het water naar beneden drupte. In de loop van de dag begon het allemaal te smelten, waardoor er overal water lag en dit binnen in het appartement. Weeral liet mijn oma zich niet doen en kwam met het idee om plasticfolie over de bedden te hangen. Ook over het kinderbed, zodat moest er een ijspegel naar beneden vallen, de baby (mijn oom) tenminste veilig zou zijn. Dit ritueel bleef ze elke dag herhalen tot ze naar een ietwat betere plek verhuisden.

Beetje per beetje begonnen ze hun draai te vinden in hun nieuwe gemeente, Borgerhout. De kindjes gingen naar school en het is moeilijk te geloven, maar door hun exotische looks waren ze echt populair bij de Vlaamse kindjes. Zoals ik in het begin zei heeft mijn opa altijd de gedachte gehad om terug te keren naar Marokko. Hij was hier om geld te verdienen zodat hij in Marokko een huis kon bouwen, niks meer en niks minder. Mijn oma daarentegen dacht al verder, zij zag dat haar kinderen hier naar school gingen en ondertussen waren er twee dochters bijgekomen die hier geboren waren. Ze wist dat haar kinderen het hier goed hadden en was niet van plan om terug te keren nu ze nog jong waren. Mijn oma was ook een trendy dame, qua kleding, maar ook als het om haar huis ging. Ze wou haar huis gezellig inrichten, maar de middelen waren beperkt. In zo'n momenten moet een mens creatief zijn en dat is ook wat zij deed. Zo maakte ze bijvoorbeeld haar eigen Marokkaanse zetels van lege sinaasappelkisten die ze bij de plaatselijke fruitboer ging halen. Ze draaide die ondersteboven, kocht een groot stuk spons waar ze een mooie lap stof om deed en voilà: zelfgemaakte Marokkaanse zetels. Maar dit was niet genoeg, ze wou meer en ze had een grote drang om onafhankelijk te zijn, dus besloot ze op een dag om werk te zoeken, zodat ze niet meer elke keer om geld moest vragen bij mijn opa.

Mijn oma heeft op verschillende plaatsen gewerkt: in een charcuteriefabriek, als kamermeisje en uiteindelijk in een technische jongensschool in Borgerhout, tegenwoordig de Brede School. Twintig jaar lang, tot aan haar pensioen heeft mijn oma als kuisvrouw in die school gewerkt. Mijn oma werkte hard voor haar centjes en gedurende het jaar spaarde ze extra hard om tijdens de zomermaanden met haar kinderen naar Marokko te kunnen gaan met cadeautjes voor de (verre) familie die daar woonden.

Bron: Familie L.


Na het overlijden van mijn opa bleef mijn oma alleen achter. Ondertussen waren haar kinderen het huis uit en getrouwd, maar zij bleef werken. Aan het einde van de maand legde ze een deel van haar loon opzij en dit jarenlang tot ze genoeg bijeen had gespaard om haar eigen huis te kopen in Borgerhout. Mijn oma, mijn geweldige oma, een ongeletterde Marokkaanse vrouw, kocht helemaal op eigen krachten een huis mét tuin. Ze liet haar droomkeuken installeren zodat ze voor haar kinderen en kleinkinderen traditionele maaltijden kon koken. Ze hield ervan om tuinieren en kweekte bloemetjes om in haar bloembakken te zetten. Het is in dat huis dat ze haar dagen doorbracht nadat ze op pensioen ging. Zelfs na haar pensioen kon mijn oma niet stil zitten, de drang om bezig te blijven was te groot, dus begon ze traditioneel te koken voor vrienden en familie die eens lekker wouden eten. Zo kon zij iedereen samenbrengen en konden we van een super lekkere, traditionele maaltijd genieten samen met vrienden en familie.

Toen ze er nog was heb ik er nooit bij stilgestaan hoeveel moed en kracht ze wel niet bezat om op eigen houtje zoveel te realiseren. Nu ik ouder ben, zelf een eigen huisje en kinderen heb begrijp ik pas echt hoe zwaar ze heeft moeten knokken. Als je mij nu de vraag stelt: 'Is dat het wel waard om te vieren, 50 jaar migratie?', dan zeg ik volmondig JA. De eerste pioniers, want dat zijn ze echt wel, kregen de vuilste, smerigste jobjes, die de Belgen niet wouden of konden uitvoeren en dat valt niet te vieren. Dat wil ik niet vieren, maar  ik wil ze wel herdenken en eren. Hun verhaal mag niet verloren gaan en hun verhaal MOET verteld worden. De nieuwe generaties mogen niet vergeten wat hun voorouders hebben moeten doorstaan zodat zij het leven kunnen leiden dat ze willen.

Mijn oma was een geweldige, sterke en onafhankelijk vrouw ondanks alle tegenslagen die ze heeft gehad. Ze wist een leven op te bouwen voor zich zelf en voor haar kinderen. Haar grootste nalatenschap is dat ze haar dochters heeft geleerd om zelfstandig en onafhankelijk te zijn. Het is mede dankzij haar dat ik de kracht heb om te zijn wie ik nu ben, zij is mijn grote voorbeeld, mijn heldin!


Ik heb het haar nooit kunnen zeggen, maar shokran ziza dialli (dank u oma van me). Bedankt voor alles.